2016 is een jaar geworden waar ik met plezier op kan terug kijken. Het begon met de traditionele nieuwjaar Big Day die zoals altijd in de provincie Zeeland plaatsvond. Met 108 soorten een goede tweede plaats in vergelijking met de andere Big Days op 1 januari. Goede soorten zoals Witkopgors, Zwarte Zeekoet, Koereiger en IJsduiker werden gezien en de toon werd gezet voor 2016.

Januari bleef goede soorten produceren zoals Arendbuizerd, Blauwvleugeltaling, Kleine Topper, Bruine Boszanger, Hume's Bladkoning en zelfs een late Bladkoning. Knaller van de maand en volgens mij van het jaar was de Roodkeelnachtegaal die gevonden werd in Hoogwoud op 15 januari. Dit werd meteen de eerste nieuwe soort voor Nederland van het jaar. De vogel bleef zelfs tot april aanwezig en we hebben hem dan ook iedere maand bezocht. Op 31 januari stond de teller op 163 soorten.

Februari was nog maar een week oud en een tweede nieuwe soort voor Nederland kondigde zich aan, een Amerikaanse Tafeleend werd ontdekt in een kanaal nabij Noordhorn in de provincie Groningen. Na wat discussie omtrent de determinatie bleek het in ieder geval om een echte Amerikaanse te gaan en niet om een hybride. Of het ook een wilde betreft dat moeten we afwachten, de vogel is nog niet aanvaard door het CDNA. Het werd maar een korte maand voor de Nederlandse lijst want op 12 februari vertrokken we naar Thailand om daar de rest van de maand door te brengen op zoek naar nieuwe soorten voor de wereldlijst. Het werd een geweldige trip met maar liefst 449 soorten waarvan er vele voor mij nieuw zijn. Februari eindigde op 167 soorten voor de Nederlandse jaarlijst.

Maart begon traditioneel op de telpost Kamperhoek met de voorjaars tellingen. Een Kleine Geelpootruiter en een Steppekiekendief die nog telden voor de maandlijst werden elders ingekopt. Dit geld ook voor een Witwangstern die waarschijnlijk overwinterd had. Een Ringsnaveleend en een Amerikaanse Wintertaling zijn nog het vernoemen waard maar verder bleef het rustig. De teller bleef staan op 197 soorten.

Op 1 april werd een start gemaakt met een Oehoe die nog ontbrak op mijn maandlijst. De Kamperhoek bleef relatief rustig maar produceerde wel veel jaarsoorten. De eerste echte goede soort kwam van het eiland Texel. Op 10 april werd een Forsters Stern gemeld. Wij zaten in de provincie Zeeland en na wat twijfel besloten we toch naar Texel te rijden. Bij aankomst bleek de vogel onvindbaar en een beetje teleurgesteld reden we terug naar Uden. De volgende dag werd hij opnieuw gemeld en nu werd er niet getwijfeld. Meteen reden we naar Texel waar we de Stern vrijwel direct bij konden schrijven. De vogel telt nog voor onze Nederlandse lijst. Een paar dagen later werd een Westelijke Baardgrasmus in Wageningen gemeld die makkelijk op de lijst werd gezet. Op 22 april kwam de melding van een Zwartkoprietzanger in de Ooijpolder. Dat is niet ver rijden voor ons en we waren niet lang na de melding op de plek. Van de vogel was helaas geen spoor en we besloten vroeg in de ochtend weer aanwezig te zijn in de hoop dat de vogel nog aanwezig was. De volgende ochtend begon de vogel te zingen vlak nadat de zon was opgekomen. Een grote menigte kon de derde nieuwe soort van Nederland op de lijst bijschrijven. April bleef verder rustig en met nog een Citroenkwikstaart stond de stand op 240 soorten.

De maand mei begon met de melding van een Balkankwikstaart op Texel, de vierde nieuwe soort voor Nederland. Vanwege mijn werk moesten we wachten tot het weekend en op de dag dat we er waren bleek de vogel verdwenen. Als troost zagen we tijdens het wachten nog wel 2 Zwarte Ibissen en een Bijeneter. De vogel bleek echt verdwenen want ook daarna werd hij niet meer gemeld. De eerste week van mei was perfect weer met oosten wind en de telposten deden het uitstekend. Omdat Maartje nog nooit oostenwind in mei op Breskens meegemaakt had lieten we verstek gaan op de Kamperhoek. We werden beloond met een Roodstuitzwaluw maar gingen te vroeg weg zodat we 11 Vale Gieren misten. De volgende dag stonden we op de Kamperhoek en de vogels vlogen uitstekend. Met 23 Zwarte Wouwen, 7 Roodpootvalken, 5 Morinelplevieren en een ongewoon hoog aantal van 2590 Noordse Kwikstaarten een geweldige telling. Voor een volledig overzicht klik hier. Mei bleef soorten produceren en een Steltstrandloper op 12 mei betekende voor Maartje een nieuwe soort. Op 13 mei werd een Grote Kanoet gemeld op Texel. Wij zaten in Friesland voor de Top of Holland en hadden geen kans om de vogel nog voor het donker te zien vanwege de afstand. We besloten de volgende dag de melding af te wachten dat de vogel werd terug gevonden. Het duurde vrijwel de hele ochtend maar toen de melding kwam werd er niet getwijfeld. Meteen werd de rit richting Texel ingezet en een paar uur later stonden we op een dijk in Texel over de Waddenzee te kijken. Het werd nog best spannend maar uiteindelijk konden ook wij de vogel bijschrijven. We zouden eigenlijk overnachten bij mijn tante in Friesland maar besloten op Texel te blijven. De volgende dag werd tijdens het terug rijden naar Uden werd een Noordse Nachtegaal gemeld bij Rijnstangen. Een leuke soort waar we graag voor omreden. Een Ralreiger op 17 mei werd na het werk gedaan en op 20 mei een Orpheusspotvogel in Limburg. We waren goed en wel thuis en er werd een Rode Rotslijster gepiept. Voor Maartje een nieuwe soort en na een nerveuse rit bleek de vogel uit beeld te zijn. Gelukkig werd hij na een tijdje terug gevonden. Ook de laatste week van mei bleef erg goed en soorten zoals Klein- en Kleinst Waterhoen, Woestijnplevier, Grote Grijze Snip, Krekelzanger, en Vale Gier werden genoteerd. De teller stond uiteindelijk op 281 soorten.

Juni startte de eerste dag met een Breedbekstrandloper die we zelf ontdekte in het Lauwersmeer. Het werd een normale maand met toch een aantal leuke soorten. Een Struikrietzanger op Texel werd mooi baltsend gezien. Verder hadden we nog een Roodkopklauwier en een Slangenarend. De teller stond op 292 en de 300 soorten leek weer binnen bereik.

In de eerste week van juli werd snel geacteerd op een melding van een Bergfluiter bij de telpost Maarnsche Berg. Na flink zoekwerk konden we deze noteren, de vogel telde tevens voor de maandlijst en werd na ons door niemand meer gezien. De lijst kon verder worden aangevuld met Rosse Franjepoot, Gestreepte Strandloper, Lachstern en Blonde Ruiter. Een Reuzenstern werd nummer 300 van het jaar en de maand werd afgesloten met een Graszanger. Het jaartotaal stond nu op 301.

De maand augustus werd gedomineerd door tellingen op de telpost Brobbelbies. Een Aziatische Goudplevier en een Steppekievit werden getwitched. De telpost leverde een Duinpieper en een Ortolaan voor de jaarlijst op en de stand kwam hiermee op 306 soorten.

De maand september begon goed met een Bonapartes Strandloper op de tweede. Meteen op de derde gevolgd door een Zwartkopgors, een soort waar ik al lang op zat te wachten. Daarna werd het wat rustiger totdat op 17 september een Bairds Strandloper gezien werd. Een Rosse Waaierstaart, de tweede voor Nederland, moest worden gedaan op de Maasvlakte. Een Marmereend die nog telt voor de lijst van Maartje werd bezocht nabij Tilburg bij Huis ter Heide, de vogel is nog niet aanvaard door het CDNA. De laatste dagen van september werden gedomineerd door sterke westenwind en we brachten een paar dagen op Texel door. Dit leverde leuke aantallen Grauwe Pijlstormvogels op en maar liefst 3 Vale Pijlen. We sloten de maand af met 319 soorten.

De maand oktober begon heel rustig en de eerste nieuwe jaarsoort was een Siberische Tjiftjaf die snel gevolgd werd door een Blauwstaart. Inmiddels vond er in het noordelijke deel van Europa een ware invasie van Bergheggenmussen plaats, zelfs Groot Brittannië had een Bergheggenmus die daar nooit eerder gezien was. De verwachtingen in Nederland waren hoog gespannen en op 21 oktober werd er een exemplaar gevonden op de Maasvlakte. Na een paar zenuwachtige uren waarin de vogel onvindbaar was konden we hem toch op de lijst bijschrijven. De Bergheggenmus is de vijfde nieuwe soort voor Nederland. Oktober was echter nog niet voorbij en op de 23ste konden we een Kroonboszanger bijschrijven die we eerder gemist had. Dit was pas de tweede voor Nederland. Een fotogenieke Provençaalse Grasmus werd gedaan op de Maasvlakte en de maand werd afgesloten met een Pallas' Boszanger die de teller op 327 soorten zette.

November begon met een leuke invasie van Pestvogels en wij zagen een groep van ruim 40 vogels in IJmuiden. Op dezelfde dag konden we ook een Kleine Alk bijschrijven. Met veel geluk zagen we vanaf de Hondbossche Zeewering een Papegaaienduiker op korte afstand voorbij vliegen. Op 14 november vertrokken we naar Ecuador maar eerst werd nog een Bruine Lijster gedaan in Beijum, helaas heeft Maartje deze vogel gemist. De reis naar Ecuador duurde 3 weken en vervolgens werd nog 8 dagen op de Galapagos Eilanden doorgebracht. Een schitterende trip die maar liefst 745 soorten opgeleverde waarvan er velen nieuw zijn voor de wereldlijst. De maand november werd afgesloten met 331 soorten voor de Nederlandse lijst.

Halverwege december kwamen we terug in het koude Nederland. Een overwinterende Steppekiekendief werd voor de maandlijst gedaan maar verder kwamen er geen nieuwe soorten meer voor de jaarlijst. Op 31 december werd het jaar afgesloten met 2 nieuwe soorten voor de maandlijst, een Aziatische Goudplevier en net voor het donker worden een Rode Wouw. De jaarlijst stond voor beiden op 331 soorten, ik mis een Velduil die Maartje op de Brobbelbies had en zij mist helaas de Bruine Lijster. Wat vogels betreft is het misschien wel het beste jaar ooit. Naast het hoge aantal missen we nog makkelijke soorten zoals Grote Pieper, Kleinste Jager, Vaal Stormvogeltje, (ik) Velduil, Terekruiter, Hop, Kleine Vliegenvanger, Sperwergrasmus, Vorkstaartmeeuw, Waterrietzanger en Roze Spreeuw. Soorten die we eigenlijk ieder jaar wel op de lijst hebben. Dit is voor mij het tiende jaar op rij dat ik over de 300 soorten scoor in Nederland en daarmee is een weddenschap veilig gesteld. Ook voor de maandlijst werd goede zaken gedaan. Hieronder een overzicht van de nieuwe soorten voor de Nederlandse lijst:

Toy

  1. Roodkeelnachtegaal
  2. Amerikaanse Tafeleend (moet nog aanvaard worden)
  3. Fosters Stern (moet nog aanvaard worden)
  4. Zwartkoprietzanger
  5. Grote Kanoet
  6. Zwartkopgors (moet nog aanvaard worden)
  7. Bergheggenmus (moet nog aanvaard worden)
  8. Kroonboszanger (moet nog aanvaard worden)
  9. Bruine Lijster (moet nog aanvaard worden)

Maartje

  1. Roodkeelnachtegaal
  2. Amerikaanse Tafeleend (moet nog aanvaard worden)
  3. Fosters Stern (moet nog aanvaard worden)
  4. Zwartkoprietzanger
  5. Steltstrandloper
  6. Grote Kanoet
  7. Rode Rotslijster
  8. Zwartkopgors (moet nog aanvaard worden)
  9. Marmereend (moet nog aanvaard worden)
  10. Bergheggenmus (moet nog aanvaard worden)
  11. Kroonboszanger (moet nog aanvaard worden)

Hier volgt een overzicht van de lijsten die we bijhouden na 2016:

Toy

  • Levenslijst Nederland 437
  • Levenslijst wereld 2969
  • Totaal eeuwige maandlijst 3317
  • Jaarlijst 2016 331 soorten

Maartje

  • Levenslijst Nederland 420
  • Levenslijst wereld 3604
  • Totaal eeuwige maandlijst 3269
  • Jaarlijst 2016 331 soorten

Volgend jaar wordt weer een poging gedaan voor de 300 soorten en er zal zeker weer een buitenlandse reis gemaakt gaan worden.